dinsdag 22 januari 2013

Heliconia

Heliconia

Uit de Zingiberiflorae (Gemberbloemigen) heb ik al eerder een geslacht besproken, zoals de Musa (Banaan), Strelitzia (Paradijsvogelbloem) en de Hedychium (Siergember).
Een andere opmerkelijke plant uit deze familie is de Heliconia. Misschien is zijn bloem al eens opgevallen in de bloemisterij, want als snijbloem wordt hij veel gebruikt.
Een grote overeenkomst binnen de Zingiberiflorae is dat zij bijna allemaal bestoven worden door de kolibrie. Echt veel over deze plant valt er niet te vertellen, maar zijn bloemen zijn betoverend.
Bloem Heliconia bihai
Heliconia bihai
De Heliconia is in elk tropisch land wel te bewonderen, vooral in Midden-Amerika en de Aziatische landen komt hij veel voor. Het geslacht telt ongeveer vijftig soorten en ontelbare cultuurvariëteiten. De soorten kan men onderverdelen in twee groepen, degene met hangende bloemen en de groep met rechtopstaande bloemen. Er bestaan soorten die zo’n dertig centimeter hoog worden, maar de meesten worden wel zo’n twee meter hoog. Voorheen behoorde de Heliconia bij de Bananenfamilie (Musaceae) wat ik echter niet helemaal begrijp. De Heliconia heeft bloemen die iets weg hebben van een vogel en heeft langwerpige bladeren op lange bladstelen. Door deze kenmerken is zijn verwantschap groter met de Strelitzia dan met de Musa.
Meeldraden uit schutblad
Heliconia rostrata
Heliconia rostrata
Heliconia stricta 'Jamacain'
Heliconia stricta 'Jamacain'
Heliconia hybride
Heliconia hybride
De betekenis van de naam Heliconia heeft hij te danken aan zijn prachtige bloemen. Hij is vernoemd naar de Griekse berg Helikon, in de Griekse mythologie waren de bewoners van deze berg de Muzen. Dit volk zou altijd jong en mooi blijven, net als de bloem van de Heliconia. De meeste soortnamen van de plant geven een beschrijving van de bloem, zoals ‘stricta’ rechtopstaand, ‘bihai’ scharen van de kreeft, ‘rostrata’ vogelbek en ‘psittacorum’ papegaai.
Heliconia psittacorum
Heliconia psittacorum
Heliconia psittacorum'Nadja'
Heliconia psittacorum'Nadja'
Heliconia’s hebben net als de meeste geslachten uit de Gemberfamilie wortelknollen. Zijn bladeren dienen vaak als beschutting en huisvesting voor insecten. Ook staan de bladeren in verschillende richtingen, om zoveel mogelijk licht te kunnen absorberen. De bloem- of schutbladeren hebben felle kleuren. Hieruit groeien de stamper en de meeldraden en bevatten binnenin de nectar die door kolibries wordt genuttigd (zie foto). S ’nachts willen vleermuizen de bloem ook wel eens bestuiven door zijn aanlokkelijke zoete nectar. Tegenwoordig zijn de kleinere cultivars te verkrijgen als kamerplant, meestal met oranje bloemen. Verder kan hij net als de Strelitzia gehouden worden als kuipplant, het enige verschil is dat hij minder tegen de vorst kan. Beneden de vijftien graden moet hij al naar binnen gehaald worden. Wanneer u de bloem tegenkomt bij de bloemist, zet hem dan als solitair in een vaas voor een spectaculair gezicht.

woensdag 16 januari 2013

Plumeria rubra – Tempelboom

Plumeria rubra – Tempelboom

Ik denk dat iedereen deze imposante bloeiende boom wel eens tegen is gekomen op een tropische vakantie. Oorspronkelijk komt de Plumeria uit Midden-Amerika, tegenwoordig is hij bijna over de hele wereld verspreid. Er bestaan vele cultivars, maar de bloem heeft in het midden altijd een geel hartje. In Azië noemen zij hem daarom ook de Eigeelboom. Hij behoort tot de Maagdenpalmfamilie (Apocynaceae), een bekende uit deze familie is de Nerium oleander (Oleander). Beiden bevatten een melksap, of latex die irriterend voor de ogen en de huid is.

De naam Plumeria betekent in het Grieks ‘met pluim of veren’, een echte verklaring voor deze vertaling kan ik echter niet relativeren. Wel weet ik dat hij vernoemd is naar een Franse botanicus, genaamd Charles Plumier. Een andere naam die men veel tegenkomt in verband met deze boom is Frangipani, dit was een Italiaanse familie van adel die een parfum ontwikkelde met de geur van de bloem. Verder is deze naam niet te verwarren met het deegbeslag ‘Frangipane’, alhoewel de bloemen van de Plumeria veel gebruikt worden als taartversiering. De bloem bevat geen nectar, dus ik denk niet dat ze erg lekker is.
Bloem Plumeria rubra
Plumeria rubra
Misschien is de bloem wel eens opgevallen in documentaires of films, waarbij de vrouwen uit Hawaii de bloem in hun rechteroor dragen. Dit doen zij om aan te geven dat zij een relatie hebben. Er bestaan vele verhalen en mythen over deze boom bij verschillende culturen. Frappant is dat de begraafplaats en het bestaan van deze boom hierin een belangrijke rol speelt. De boom zou onderdak bieden aan geesten en demonen, gebruikt worden bij offers en de geur zou gerelateerd zijn aan de Indonesische vampier/ geest ‘Pontianak’. In Azië ziet men de Plumeria veel aangeplant bij de begraafplaatsen en tempels. Bij de Aziatische tuinen op de Floriade in Venlo heb ik hem ook zien staan. Daarentegen is hij veel te bewonderen in siertuinen, vanwege zijn karakteristieke geur.
Plumeria rubra
Plumeria rubra 'Cultivar'

Deze parasol vormende boom of struik wordt zo’n acht meter hoog en is bladverliezend. Hij heeft lange vlezige bladeren die wel tot vijftig centimeter groot kunnen worden. De bloemen die zich aan het einde van de takken vormen, bevatten geen nectar. De meeste bestuivers komen op de zoete geur af en zijn kenmerkende gele hartje, maar komen dus met lege handen terug.
Vaak worden de meeste witte bloemen s’ avonds bestoven (weerkaatsing door de maan) door nachtvlinders en –motten, zo is dat ook het geval bij de Plumeria.
Zijn vruchten bestaan uit langwerpige zwarte peulen als de Mandevilla die ook bij deze familie behoort.

In de huiskamers van Nederland ben ik hem wel eens tegen gekomen. Als kuipplant nog niet, maar dit zou goed mogelijk moeten zijn. Zet hem dan wel op een zonnige plaats, daar houdt hij erg van. Wanneer de nachttemperatuur lager wordt dan acht graden, haal hem dan naar binnen. Als zaad is hij tegenwoordig al te koop, ook stekken schijnt vrij gemakkelijk te gaan. Denk alleen bij het geven van water om de hoeveelheid, bij een teveel aan water kan wortelrot ontstaan.

woensdag 9 januari 2013

Rothmannia capensis - Kaapse Katjiepiering

Rothmannia capensis - Kaapse Katjiepiering

Deze aparte boom heb ik gelukkig nog kunnen fotograferen in Afrika, hij bloeit daar van december tot februari. Hij groeit aan de kust van Zuid-Afrika, zijn tweede naam zegt het al, capensis betekent dan ook ‘van de Kaap’. De Rothmannia hoort bij de Sterbladigenfamilie (Rubiaceae), het bekendste geslacht uit deze familie is de Coffea (Koffieplant). Hij is vernoemd naar Dr. Rothman en dit was een leerling van de bekende plantenkenner Linnaeus.
Rothmannia capensis
De Rothmannia is een groenblijvende boom en kan twintig meter hoog worden in optimale omstandigheden, gemiddeld wordt hij zo’n tien meter hoog. Opvallend is zijn half ronde kroon met glanzende groene bladeren. Jonge twijgen hebben een grijze kleur, oudere twijgen zijn donkerbruin. Deze oudere takken krijgen kleine scheurtjes, waardoor het onderliggende roze kleurige hout naar voren komt.

In zijn bloeiperiode krijgt hij roomwitte bloemen met paarse spikkels in het hart.
De paarse spikkels, ook wel honingmerken genoemd, zijn insecten- en vogellokkers. Na verloop van tijd kleuren de bloemen van naar geel naar donkerbruin. Deze boom wordt veel aangeplant in tuinen, omdat de bloemen een aangename zoete geur afgeven. Zelfs nadat de bloem helemaal verdroogt, blijft hij geuren. De vruchten van de boom zijn niet echt opvallend, zij zijn ongeveer acht centimeter groot. Deze harde ronde groene vruchten zijn eetbaar, maar niet echt lekker. Ze worden veel gegeten door apen en wanneer ze rijp zijn door vogels.
Bloem Rothmannia capensis
Het sap van de vruchten wordt nog steeds gebruikt tegen brandwonden en de vlezige wortels tegen reuma en lepra. In de winkels komt men het hout veel tegen als keukengerei, omdat het erg hittebestendig is. Jammer genoeg kan de Rothmannia niet tegen vorst en is in ons klimaat dan ook niet geschikt als kuipplant. Dat geldt overigens voor veel planten uit de Kaap.

vrijdag 4 januari 2013

Theobroma cacao – Cacaoboom

Theobroma cacao – Cacaoboom

Na de feestdagen hebben we allemaal genoeg genoten van het product van deze boom, de chocolade. De boom is veel in het nieuws geweest, vanwege de slavernij in de cacaoproductie. Ik denk dat de meeste van ons wel eens over de cacaoboon gehoord hebben, Amsterdam één van de grootste cacaohavens van de wereld is. Een Engelse serie, waarin Willie Harcourt Cooze op zoek is naar de beste cacao ter wereld, speelde zich af in Venezuela. Daar komt de Cacaoboom ook oorspronkelijk vandaan. Hoewel een paar Aziatische landen al heel ver zijn in het ontwikkelen van sterke bomen, is Ghana met zijn omliggende landen de grootste leverancier.

De naam cacao is een benaming van de Azteken, zij dronken een cacaodrank die zij ‘xocoatl’ noemden. Dit was een mengsel van cacao, vanille, honing en chilipeper. Later heeft de bekende planten ontdekker en naamgever Linnaeus hier de naam cacao aan gegeven. Ik hoorde gisteren van twee jonge kinderen dat de naam cacao is ontstaan, omdat men er twee keer op kan kauwen (kauwkauw).
Een andere indianenstam uit Centraal- en Midden-Amerika, de Olmeken, maakten van de boon een alcoholische drank en de boon was tevens een betaalmiddel.
De naamgeving en historie tussen de verschillende indianenstammen is tot op heden nog erg onduidelijk, maar de cacao speelt hier wel een grote hoofdrol in.
Gekleurde bladeren van de Theobroma cacao
Theobroma cacao
Via de Spaanse veroveraar Cortez is de boom in de Afrikaanse landen gekomen. Door het tropische klimaat gedijde de boom hier erg goed en zo zijn de vele plantages in deze gebieden ontstaan. Theobroma komt uit het Grieks en betekent ‘godenvrucht’, waarschijnlijk door de indianenstammen die in cacao een verbintenis zagen met de God van de regen en vruchtbaarheid.
Inmiddels is men veel aan het experimenteren om een sterke boom te kweken, daarom is de kwaliteit van de boon verschillend per land. De tweeslachtige bloemen groeien in clusters aan dikke takken en worden bevrucht door insecten (vooral vliegjes). De Theobroma behoord tot de Malvaceae (Kaasjeskruidfamilie), deze groep wordt over het algemeen bestoven door insecten. Niet alleen de vruchten zijn karakteristiek voor de boom, het blad heeft ook zijn sierwaarde. De bladeren hebben een variabele grootte en in het beginstadium een fel rode/ oranje bladverkleuring.
Vrucht en bloemen Theobroma cacao
Cacaobonen produceert de boom het hele jaar door en het verkrijgen van een rijpe vrucht duurt ongeveer vijf maanden. Het beginstadium is groen, waarna hij verkleurd naar geel en oranje. Als de vrucht oranje kleurt is deze rijp en bevat zo’n twintig tot vijftig zaden. De boom kan al na drie jaar vruchtdragend zijn en hij wordt zo’n twaalf meter hoog . Na de oogst hebben de zaden een wit/ sappig vruchtvlees om zich heen en deze zaden zijn vrij bitter door het looizuur. Hiervoor is fermentatie nodig, de zaden drogen, bacteriën en oxidatie zorgen ervoor dat de suikers omgezet worden en de kiem gedood wordt. Hierdoor ontstaat het bekende cacao aroma, ook vergemakkelijkt dit het verwijderen van het vruchtvlees. Na het branden van de bonen, ontstaat er kort gezegd cacaopoeder en cacaoboter die in een later proces samen de chocolade vormen.

Net als koffie die cafeïne bevat, heeft chocolade een stof die theobromine heet .
De werking hiervan is lust opwekkend en is net als cafeïne een soort pepmiddel. Jammer genoeg heeft de boom een constant klimaat nodig van boven de twintig graden en een hoge luchtvochtigheid. Daarom is hij niet geschikt voor in de huiskamer, of als kuipplant. National Geographic heeft laatst een mooie reportage gemaakt over de cacaoplantages in Ghana, zeker de moeite waard om eens te bekijken!

woensdag 19 december 2012

De kerstboom

De kerstboom

Kerstbomen zijn tegenwoordig te koop in talrijke soorten en maten, maar welke staat er eigenlijk bij u in de huiskamer? De versierde kerstboom is een oude traditie die bekend is bij bijna alle culturen. Wij weten allemaal dat kerst iets te maken heeft met de geboorte van Jezus Christus, maar heeft de boom daar ook iets mee te maken. Er gaan verscheidene verhalen over de boom waar ik me niet teveel over uit ga weiden.

Soms ziet men de appel terug in de versiering van de boom, dit heeft te maken met de herdenking aan Adam en Eva. De ballen in de boom waren vroeger van glas en dienden als afschrikmiddel tegen boze geesten en heksen. Verder bestond de versiering uit bloemen en lekkernijen. Bes -dragende twijgen, zoals de Hulst, stonden voor de vruchtbaarheid. De Germanen zijn alleen een uitzondering geweest in de keuze van de boom, zij verlichtten de Eik (Quercus) en vierden zo de kortste dag. Een andere traditie, het verbranden van de kerstboom, werd meestal gedaan voor de warmte als de boom niet meer nodig was.
Pinus
Abies
Picea
Over de hele wereld is de kerstboom een groenblijvende boom, sommige landen gebruiken zelfs Palmen of Bananenbomen. Van oudsher worden de Picea (Spar), Abies (Zilverspar) en de Pinus (Den) het meest gebruikt als kerstboom.
Zij vallen allemaal onder de Dennenfamilie (Pinaceae), een grote familie binnen de Coniferen. Heel soms wordt de Douglasspar (Pseudotsuga) ook wel eens gebruikt, hoewel wij deze exoot niet graag in onze bossen terug zien. Ik denk ook dat de Conifeer als kerstboom gekozen is, vanwege de heerlijke geur. De naam Pinus, ook wel Pijnboom genoemd, komt uit het Latijn en betekent spits of stekend.
Picea betekent ook stekend in het Grieks, in het Latijn is dit een hars die gebruikt werd voor het maken van pek. De naam Abies betekent heel eenvoudig spar in het Latijn.
De Picea en de Abies zijn het moeilijkst van elkaar te onderscheiden, maar daar zijn hele handige ezelbruggetjes voor. Over het algemeen zijn de naalden van de Abies iets zachter. Om deze twee gemakkelijker van elkaar te kunnen onderscheiden, wanneer men een naaldje van de Picea aftrekt gaat er een stukje bast mee, een soort vlaggetje blijft er dan aan zitten. Bij de Abies blijft een rond bladmerk achter op de bast en dat kan men ook terugzien op het naaldje. De kegels (appels) van de Picea hangen aan de boom, die van de Abies staan rechtop. De Abies valt overigens iets minder snel uit dan de Picea. De prijs van de boom hangt meestal af van de groeisnelheid, natuurlijk heeft het ook te maken met vraag en aanbod.
Hieronder een paar bekende soorten die verkocht worden in Nederland.

De Picea abies is een klassieke/standaard soort en wordt ook wel de Fijnspar genoemd. Hij heeft fijne naaldjes die kort op elkaar zitten. Valt vrij snel uit in de huiskamer en is één van de goedkoopste.

De Picea omorika, Servische Spar, is iets grover dan de Picea abies en zijn naaldjes zijn aan de onderkant wit. Omorika is een Servische naam voor Spar.

De blauwe soort van dit geslacht is de Picea pungens, de Blauwspar. Pungens betekent puntig, de roodachtige twijgen vallen op door de blauw/ grijze gloed van de naaldjes.

Tegenwoordig een hele bekende, de Abies nordmanniana, zijn naaldjes staan vrij breed uit en staan bijna haaks op de twijg. Hij is te herkennen aan zijn fris groene kleur. Overigens een langzame groeier en vernoemd naar een Finse directeur van een botanische tuin.

Abies procera, de Edelspar, heeft zijn naam te danken aan zijn slanke opgaande groeiwijze. Zijn naaldjes met een blauw/ grijze gloed staan als een halve ronding om de twijg heen.

Als laatste de Abies nobilis, Edele Zilverspar, lijkt een beetje op de Abies procera. Alleen zijn naaldjes staan iets naar boven gekruld, waardoor zijn witte huidmondjes aan de onderkant van het naaldje opvallen. Nobilis betekent dan ook edel in het Latijn.

Het liedje ‘oh Dennenboom’ heeft een beetje verwarring gezaaid in het kerstbomenverhaal. Wij denken dat het over een Dennenboom gaat, de Duitsers denken hier anders over. In het Duits heet dit liedje ‘oh Tannenbaum’, maar Tanne is de Duitse naam voor Spar.

woensdag 12 december 2012

Philodendron erubescens

Philodendron erubescens

Ik vond nog enkele foto’s van een paar jaar terug waar mijn Philodendron iets kleiner was. Hij is nu wel drie keer zo groot. Het is bij ons een vrij bekende kamerplant die in veel soorten en maten te verkrijgen is. Er bestaan meer dan driehonderd soorten die in drie groepen verdeeld kunnen worden.
De meeste soorten zijn klimmers en beginnen vanuit een boom. Andere klimmers beginnen vanuit de grond en zoeken kruipend een boom om zich omhoog te werken. De overige soorten uit de Philodendron groep zijn weer struikvormend vinden houvast door middel van lucht/ steun wortels.
Philodendron erubescens nu
Philodendron erubescens toen
Het leuke van de naam Philodendron is dat dit in het Grieks ’bomenvriend’ betekend, of letterlijk boom beminnend. De Philodendron is eigenlijk een epifyt en de boom wordt alleen gebruikt als huisvesting. Klimmers die zich in de boomtoppen ontwikkelen, gebruiken hun luchtwortels eerst als steun. Naar mate de plant groter wordt, groeien de luchtwortels naar beneden en fungeren dan als ondergrondse wortels. De luchtwortels kunnen zich net als de Hedera hechten aan een boom, tevens kunnen deze wortels ook water en voedingsstoffen opnemen.

De Philodendron komt uit de Aronskelkenfamilie (Aracaea) en heeft dan ook deze karakteristieke bloeiwijze. De bloem is een kolf die bestaat uit een schutblad of bloeischede met binnenin de bloei aar. Deze bestaat uit mannelijke en vrouwelijke bloemen, de mannelijke bloemen zitten bovenaan. Opmerkelijk is dat de bloem binnenin warmte produceert, waarschijnlijk is dit om insecten aan te trekken. Misschien heeft u wel eens een stukje gelezen in de krant over de Penisplant (Amorphophallus) die in bloei stond. Deze plant hoort ook bij de Aronskelkfamilie en staat erom bekend dat hij tijdens de bloei zo vreselijk stinkt. De Philodendron geeft ook een amoniakachtige geur af en trekt zo insecten aan. Vooral keverachtige komen hier op af, vooral omdat de bloem feromonen afgeeft.
Door een eerder bezoek aan een andere bloem, zijn er mannelijke pollen aan het insect blijven kleven. Het insect kruipt tot onder in het warme deel van de bloem waar de vrouwelijke bloemen zitten. Zo ontstaat er kruisbestuiving, de bloem is dus niet zelf bestuivend.
Bloem Philodendron erubescens
Na de bestuiving sluit het schutblad, om de zaden te laten rijpen. Wanneer de zaden rijp zijn en er bessen zijn ontstaan, scheurt het schutblad open. De bessen worden gegeten door insecten, apen en vleermuizen. Het aparte van deze bessen is dat ze een banaanachtige smaak hebben. Overigens is de rest van de plant giftig, in het Amazone gebied worden de bladeren gebruikt om vissen mee te bedwelmen.
De plant heeft nog iets eigenaardigs om zichzelf te beschermen. Hij bevat nectar producerende klieren waar mieren op af komen. Deze mieren beschermen hem tegen schadelijke insecten. 
Hecht/ luchtwortels
Philodendron scandens
Philodendron scandens
De Philodendron is een uitstekende kamerplant, u moet er alleen rekening mee houden dat hij veel ruimte nodig heeft. Hij houdt van water en in de groeiperiode heeft hij veel voeding nodig om mooi en groot/ volwassen blad te vormen. Zijn lucht/ hecht wortels kunnen zich vastzetten in de muur, ook iets om rekening mee te houden. Terugsnoeien kan heel makkelijk, maar denk om het gom dat hij produceert. Dit blijft lang nadruppelen en is moeilijk verwijderbaar.

maandag 3 december 2012

Vaccinium vitis-idaea – Vossenbes

Vaccinium vitis-idaea – Vossenbes

De kerstdagen komen er weer aan en het vruchtje die veel bij wildgerechten gebruikt wordt, is de bosbes. Ik noem het nu wel de bosbes, maar hier is enig onderscheid in te maken. Voor degene die graag wil weten welke vrucht er gebruikt is die met de kerst op zijn bord ligt, zal ik straks de soort beschrijven.
Tijdens mijn vakantie vorig jaar in het Zwarte Woud in Duitsland, heb ik de Vaccinium vitis-idaea gefotografeerd die in overvloed hoog in deze bergen groeit. We hebben het nu over de Vossenbes, de Engelse benaming, of Rode Bosbes, de Scandinavische benaming. De naam Bosbes wordt gebruikt, omdat hij veel als onder beplanting wordt gezien in de bossen. Het is een sterke stuik die gevonden wordt in de koudere delen van de wereld.

Vaccinium behoort tot de Ericaceae, de Heidefamilie. Letterlijk betekent Vaccinium, koebes in het Latijn. Waarschijnlijk waren de bessen een lekkernij voor koeien die in de bergen van Griekenland graasden. We kennen allemaal de Wijnstok, in veel soortnamen zien we deze Latijnse benaming ‘vitis’ terug. Vrij vertaald betekent ‘vitis-idaea’, Wijnstok van Ida dat een eiland van Griekenland is.
De meeste soorten van de Vaccinium zijn bladhoudend, een paar soorten zijn bladverliezend. Het zijn struikjes van zo’n veertig tot zeventig centimeter hoog en zijn zeer winterhard. Ze houden van een humusrijke en zure grond, maar op voedselarme gronden gedijt hij ook prima. Op moerasachtige gronden gedijen de meeste soorten ook goed. Alle soorten zijn eenhuizig en worden bestoven door de wind en insecten. Ook kan hij zich vermeerderen door middel van ondergrondse uitlopers dat ideaal is voor een bodembedekker of voor een onder begroeiing.
Bes Vaccinium vitis-idaea
Bloemen Vaccinium vitis-idaea
De Vaccinium vitis-idaea onderscheidt zich van de andere soorten, omdat hij in plaats van vijf kelkjes per tros er vier heeft. De kelkjes zijn wit en het randje van het bloemblaadje is meestal rood om insecten aan te trekken. Na de bestuiving vormt hij groene besjes die in September/ Oktober rood beginnen te kleuren. In tegenstelling tot de blauwe bessen, zijn de rode bessen zuurder en hebben een vinnige smaak. Vaak wordt er van deze bessen compote , saus, of sap gemaakt. Vanwege de zoete smaak van de blauwe bessen, worden deze veel gebruikt in desserts. Onderstaand zal ik de bekendste soorten met zijn kenmerken kort beschrijven.

De Vaccinium vitis-idaea is een kleine struik met rode zure besjes. De Vaccinium myrtillus is voor ons de bekendste, de Bosbes. Hij krijgt kleine blauwe zoete besjes en het sap geeft een blauwe kleur af tijdens het plukken die moeilijk van je handen af gaat. Van de twee soorten die ik hier boven beschrijf bestaat een hybridisatie. Kort gezegd kunnen ze elkaar bestuiven, waaruit een hybride soort ontstaat. Dit gebeurd niet heel veel, maar de naam van dit resultaat heet Vaccinium x intermedium die blauwe bessen vormt. De Blauwe Bes, niet te verwarren met de Bosbes, wordt tegenwoordig veel geteeld in Limburg. Deze soort, genaamd Vaccinium corymbosum, krijgt grote zoete blauwe bessen. Dit soort kan het minst tegen de vorst en het grote voordeel is dat de bes niet afgeeft.
Een laag soortje en ook een hele bekende is de Vaccinium macrocarpon.
Zijn tweede naam betekent grote vrucht en men kent hem vooral onder de naam Cranberry. Deze soort kan goed tegen zilte lucht en groeit op Terschelling door toeval. Oorspronkelijk komt deze bes voor in Canada, een vat met deze bessen was aangespoeld op dit eiland en de struik bleek het daar zeer goed te doen. Hoewel de vinder teleurgesteld was in de inhoud van het vat, hij hoopte op drank, wierp dit vat dan toch zijn vruchten af. Wie de naam Oxycoccus tegenkomt bij deze naam en hiermee in verwarring komt, dit is de oude naamgeving. De Oxycoccus valt nu onder de noemer Vaccinium. Oxycoccus betekent overigens zure rode bes.
Een ander soort die zeldzaam is in België en Nederland, is de Veenbes. Voorheen was zijn naam Oxycoccus palustris en heet nu Vaccinium oxycoccus.
Humus grond Vaccinium vitis-idaea
Bekende twijgen Vaccinium vitis-idaea
Om een Vaccinium een kans te geven in uw tuin, moet men rekening houden met een paar zaken. In de klei kan men het wel vergeten, te veel kalk en hij is niet in staat om water op te nemen. Niet getreurd, het kan wel met enige aanpassingen van de grond. Wanneer u de grond vervangt door een zure potgrond en elk jaar wat compost en vermalen snoeiafval aanbrengt, kan het lukken. U bent te laat met dit onderhoud als hij zijn bladeren laat vallen in de zomer. Ik hoop dat u nu uit deze blog weet welke bes er met kerst op uw bord ligt.