woensdag 22 januari 2014

Calotropis procera – Appel van Sodom

Calotropis procera – Appel van Sodom

Nog één van de indrukwekkende planten die ik ben tegen gekomen in Gambia is de Calotropis. Toen ik hem voor het eerst zag dacht ik dat het een Euphorbia soort was, maar dit had ik mis. Ik moest bij deze plant denken aan een aflevering van Bear Grylls in de Sahara. Langs de vochtige randen groeide daar een Euphorbia (Wolfsmelk) soort met grote groene vruchten. Hij vertelde dat alles van de plant giftig is en dat zelfs het omliggende water niet drinkbaar is door toedoen van de plant.
De giftigheid en het melksap is dan ook de bekendste eigenschap van de Euphoribia.
Eén voordeel voor mij, de Calotropis bevat ook giftig melksap, dus ik zat er niet heel ver naast. Hij is niet afkomstig uit de Euphorbiaceae, maar uit de Asclepiadaceae. Hier kennen wij deze familie als Zijdeplantfamilie, de Engelse naam is Milkweedfamily.
Calotropis is de Griekse naam voor prachtig die waarschijnlijk verwijst naar de bloemen, de soortnaam procera die wij vaker tegen komen, betekent slank. Van de naam Appel van Sodom heb ik nu ook iets leuks geleerd. Sodom was een bijbels plaatsje dat verwoest werd door God, vanwege het zondige leven van de inwoners. Appel van Sodom, of eigenlijk appel van verwoesting, hij lijkt op een lekkere vrucht, maar is zeer giftig. Het Nederlandse woord sodemieteren is hier van afgeleid.
De Calotropis vindt zijn oorsprong in Azie en tropisch Afrika, waar hij als onkruid wordt gezien. Naast de Calotropis procera bestaat er nog een grotere soort, de Calotropis gigantea.
De Calotropis procera wordt zo’n zes meter hoog en heeft over het algemeen al zijn grote ovale blad aan het uiteinde. Het blad is groen met hierover een grijze waslaag dat hem beschermt tegen uitdroging en de zoute lucht. Zijn bast is grijs en heeft een kronkelige vorm. De bloeiwijze heeft wel iets weg van de Euphorbia, maar als men goed kijkt nog meer op die van de Asclepias familie. Hij wordt bevrucht door bijen, insecten en vlinders. Na de bevruchting vormt zich een opgeblazen vruchtomhulsel met hierin bruine zaden met vlezige lange slierten. Deze slierten zorgen voor de verspreiding van de zaden, omdat deze blijven plakken aan langslopende dieren. In Jamaica worden de vlezige slierten ook wel gebruikt al kussenvulling. Hoewel de plant giftig is, wordt hij veel gebruikt in de geneeskunde als laxerend middel en tegen problemen met de luchtwegen. Net als een inheemse giftige plant die wij hier kennen, Digitalis (Vingerhoedskruid), schijnt hij deze zelfde geneeskrachtige stof te bezitten.

woensdag 15 januari 2014

Mangifera indica – Mango

Mangifera indica – Mango

De Mango, één van de bekendste zoete fruitsoorten van de wereld. Hoewel hij bijna in elk tropische gebied te vinden is en gekweekt wordt , komt hij oorspronkelijk uit Indië (indica), waar het tevens de nationale vrucht is. Dat hij nu overal ter wereld te vinden is, hebben we weer te danken aan de VOC periode. Voor sommige landen heeft de VOC niet veel goeds gedaan, voor mij en de plantenwereld daarentegen hebben zij veel planten ontdekt en verzameld. Voor de benaming van planten hebben zij ook een grote rol gespeeld, over het algemeen zijn deze Grieks en Latijn, maar soms komt men ook wel Spaans en Portugees tegen. De Mango heeft ook een stukje Portugees in zijn naam. Mangifera is afgeleid van Mannga, dat de Portugezen waarschijnlijk verkeerd verstaan hebben van de Tamil ’s die hier onrijpe vrucht mee bedoelen. Dus als ik het woord mangifera letterlijk vertaal, betekent het eigenlijk onrijpe vruchten dragend.
De Mangifera is afkomstig uit de Pruikenboomfamilie (Anacardiceae), bekende geslachten uit deze familie zijn bijvoorbeeld: Cotinus (Pruikenboom), Cashewboom (Anacardium), Fluweelboom (Rhus) en de Gifsumak of Poisen Ivy (Rhus radicans).
Een overeenkomst van deze geslachten is dat ze oliën produceren die irriterend kunnen zijn voor de ogen. Er bestaan bijna zeventig soorten van het geslacht Mango en van de Mangifera indica, de zoetste van allemaal, zijn ontzettend veel cultivars op de markt. Een ander bekend soort is bijvoorbeeld de Mangifera foetida, Stinkende Mango, die roze bloemetjes heeft, waarvan de vrucht iets zuurder is.
De Mangifera indica kan wel veertig meter hoog worden en dertig meter breed.
Hij heeft een zeer dichte kroon. Soms kan hij wel een leeftijd bereiken van over de driehonderd jaar. Zijn bladeren zijn langwerpig en worden zo’n dertig centimeter lang. Ze zijn glanzend groen, als hij nieuwe bladeren vormt lopen ze rood uit. Wanneer men de bladeren kneust, geeft deze de typerende mangogeur af. In het voorjaar vormt hij een pruikachtige bloemaar met duizenden kleine gele bloemetjes. Een klein deel van deze bloemetjes wordt bestoven. Als de vrucht, of eigenlijk steenvrucht uitgroeit, wordt de bloemstengel langer en hier komt de vrucht aan te hangen. Dit geeft veel sierwaarde aan de boom en geeft een apart gezicht. Over de vrucht hoef ik weinig te vertellen, dat hij veel gebruikt wordt in de keuken en zijn medicinale werking heeft. Heel Gambia staat vol met Mangobomen, ze worden tijdens de regenperiode geoogst en verder gebruiken ze daar het hout om meubels mee te maken.

woensdag 8 januari 2014

Volgende week begin ik, na een drukke periode, weer aan het schrijven van mijn wekelijkse blog. Ideeën en vragen over bepaalde planten ontvang ik graag.


woensdag 25 december 2013

Borassus aethiopum – Rhun Palm

Borassus aethiopum – Rhun Palm

Een bekende Palm die groeit aan de oostkust van Afrika is de Rhun Palm, Borassus aethiopum. In Gambia wordt hij ook wel Yellow Fruit Tree genoemd, vanwege zijn eetbare vruchten. De vruchten worden gepeld en het middelste vlezige deel wordt vermalen tot een kruimelige substantie. Dit zoete eiwitrijke product wordt daar veel gegeten met rijst. Hij behoort tot de Palmbomenfamilie (Palmae). De vertaling van de geslachtsnaam Borassus is moeilijk te bevatten, wel betekent bora in het Grieks eetbaar. Zijn soortnaam is makkelijker te vertalen, namelijk afkomstig uit Ethiopië. Het blad van de palm wordt veel gebruikt voor daken. Het hout is termieten bestendig en wordt daarom veel gebruikt voor houten constructies.
De Palm wordt ongeveer vijfentwintig meter hoog en geeft een opvallend beeld aan het landschap. Zijn bladeren zijn waaiervormig en vormen een kroon van soms wel acht meter. Het blad kan wel drie meter breed worden met lange bladstelen van twee meter die stekels bevatten. In zijn jonge jaren blijven de bladscheden meestal zitten als bescherming van de stam, deze vallen er later af en vormt op deze manier een ronde stam. Het is een tweehuizige palm, de mannelijke bloemen zijn klein en onopvallend. Vrouwelijke bloemen zijn ongeveer twee centimeter groot en worden bestoven door insecten. Na de bevruchting groeit de bloemsteel uit tot een lange steel, waar zich de vruchten op beginnen te vormen. De vrucht, steenvrucht, bestaat uit allemaal schillen over elkaar heen, met daarin een witte vlezige massa. Net als de kokosnoot bevat de vrucht maximaal drie zaden. Mocht u eens de oostkust van Afrika bezichtigen, zal u zeker deze massale Palm in het landschap tegen komen.

maandag 16 december 2013

Cordia sebestena – Sebestenboom

Cordia sebestena – Sebestenboom

Over deze boom valt eigenlijk niet heel veel te vertellen, ondanks dat het een schitterende boom is. Sebestenboom is een bijnaam van een plant die soortgelijke vruchten draagt. In Amerika wordt hij ook wel Geiger Three genoemd, naar een kapitein uit Key-West die de plant waarschijnlijk mee heeft genomen naar Florida. Hoe dit verhaal precies zit kan ik moeilijk achterhalen. Wel is het zeker dat hij vernoemd is naar een Duitse botanicus, genaamd Cordus. Ik ben de plant tegen gekomen in Gambia, waar hij volop in de siertuinen te bewonderen is. Oorspronkelijk komt de plant uit het Caribisch gebied, met name langs de kust.
Hij groeit uitstekend op zandgronden en tolereert de zoute lucht. De grote familie waar hij toe behoort is de Boraginaceae, het Vergeetmenietje hoort hier bijvoorbeeld ook bij.

De Cordia is een langzame groeier en wordt zo’n tien meter hoog. Zijn bladeren zijn verschillend van vorm, van elliptisch tot hartvormig en zijn soms wel vijftien centimeter lang. Hij bloeit bijna het hele jaar, op één van de foto’s is te zien hoe hij door een Honeysuckle Bird wordt bestoven. Hierna vormt hij groen-witte peulen of steenvruchten, waar aan het uiteinde de zaadbuis nog zichtbaar is. De peulen zijn eetbaar en geven een zoete geur af, maar zijn niet erg lekker. Wanneer men hier thee van zet, zou dit hoest remmend zijn. Het is een mooie bloeiende sierboom die helaas niet tegen de vorst kan. Wel heb ik enkele zaden meegenomen en ga deze van de zomer proberen te zaaien.

maandag 9 december 2013

Cocos nucifera – Kokospalm

Cocos nucifera – Kokospalm

In deze blog ga ik niet al te diep in op deze bekende palm, maar het is gewoon eens leuk om mijn foto’s te laten zien. De Kokospalm behoort tot de Palmenfamilie (Palmae) en komt overal ter wereld voor. Dit komt vooral omdat de vrucht bijna overal voor gebruikt wordt. Meestal staat hij aan tropische stranden met een hoge luchtvochtigheid. Zoute omstandigheden heeft hij geen moeite mee, daarom hoeft hij bijna niet te concurreren met andere palmen. De Cocos nucifera schijnt al meer dan vijftien miljoen jaar op aarde te groeien. Zijn noot heeft vele toepassingen, in de keuken, cosmetica en natuurlijk zijn vezels die in veel producten terug te vinden zijn.

De naam Cocos komt uit her Grieks en betekent ronde noot, in het Portugees betekent de naam aap, omdat de noten soms op een apenhoofd lijken.
Zijn soortnaam betekent heel eenvoudig nootdragend. Net als de Reizigerspalm uit mijn vorige blog bestaat de stam uit een opeenstapeling van bladscheden. Ook is de stam zeer buigzaam en kan zo de zwaarste stormen overleven, ondanks zijn zeer fijne wortelgestel.

De Cocos nucifera kan net als de meeste palmen zo’n dertig meter hoog worden. Hij heeft lange gevederde bladeren die meer dan vijf meter lang kunnen worden. Vruchten verschijnen al op jonge leeftijd. De Kokospalm bevat zowel mannelijke als vrouwelijke bloemen en worden bevrucht door middel van kruisbestuiving. Het is een eenzaadlobbige plant, denk hierbij maar aan het ontkiemen van gras, ook beginnende als één sprietje. De vrucht, ook wel steenvrucht genoemd, bestaat uit een harde schaal met daarin een dik vlezig omhulsel (voedselreserve) die aan de onderzijde het vruchtbeginsel bevat. Verder is de vrucht gevuld met een voedselrijk sap die hij nodig heeft na de ontkieming voor de wateropname. Misschien wel bekend, de drie puntjes onderaan de kokosnoot, dit zijn de kiemopeningen van de vrucht. Deze openingen zijn het zachtst van de schil, daarom maakt men hier een gaatje in om dit gezonde sap uit te kunnen schenken.

maandag 2 december 2013

Caesalpinia pulcherrima – Pauwenbloem

Caesalpinia pulcherrima – Pauwenbloem

Ik ben altijd aangenaam verrast als ik de Caesalpina bloeiend in een tropische kas aantref. Tot mijn grote verbazing staan de tuinen in heel Gambia vol met deze opvallende bloeiende struik. Men vermoedt dat deze struik oorspronkelijk uit het westen van Indië komt, maar dat is niet helemaal zeker. Hij is te vinden in tropische gebieden over de gehele wereld, vermoedelijk werd hij veel verscheept, omdat het een aantrekkelijke en gemakkelijke plant is. Hij behoort tot de Vlinderbloemigen (Fabaceae) in de onderfamilie Caesalpiniaceae. De Caesalpinia is vernoemd naar een Italiaanse botanicus en geneesheer, Andreas Caesalpini. Zijn soortnaam betekent fraai en is misschien wel bekend van de Kerstster, Euphorbia pulcherrima.

De Caesalpinia wordt meestal zo’n drie meter hoog en soms nog wel hoger. In de koudere gebieden kan hij zijn blad verliezen, maar over het algemeen is hij bladhoudend. Net als de Mimosa (Kruidje Roer Me Niet) sluit hij s ’nachts zijn bladeren en vouwt ze over elkaar. Hij bloeit de hele zomer lang, bloemen vormt hij aan het einde van de twijg. Over het algemeen zijn de bloemen rood/ oranje met een geel honingmerk, ook bestaat er een volledig gele variant. Opvallend aan de bloem zijn de lange meeldraden. De kleurrijke bloemen trekken veel vogels en vlinders aan.
Na de bestuiving vormt hij lange groene peulen. Na ver loop van tijd verdrogen de peulen en worden bruin. Door het verdrogen torderen de twee helften en barsten open dat overduidelijk hoorbaar is. De zaden schieten soms wel tien meter weg. Het blad en de zaden zijn overigens giftig, in de geneeskunde wordt de Caesalpinia gebruikt tegen zweren en infecties. Als kuipplant heb ik hem nog niet gezien, misschien lukt het mij om hem van de zomer eens een keer te zaaien.