woensdag 2 juli 2014

Rubus odoratus – Roodbloeiende Framboos

Rubus odoratus – Roodbloeiende Framboos

Over het algemeen worden frambozenstruiken aangeplant voor zijn vruchten, deze soort heeft tevens zijn sierwaarde in grote tuinen en parken. Het geslacht Rubus is een grote familie, er bestaan wel meer dan zeshonderd soorten, al moet ik wel zeggen dat er vele kruisingen en hybride soorten van bestaan. De bekendste is natuurlijk de ‘ordinaire’ Braam, maar bijvoorbeeld de Japanse Wijnbes en de Framboos behoren ook tot dit geslacht. De naam Rubus kent meerdere betekenissen, deze naam komen wij ook veel in soortnamen tegen. Rubus betekent letterlijk rood, voor de Romeinen betekende deze naam gewoon Braam.
De soortnaam odoratus zegt het eigenlijk al, het betekent geurend, eigenlijk zou de Nederlandse naam dan Geurende Framboos moeten zijn naar mijn mening.




De Rubus odoratus behoort tot de Rosaceae, Rozenfamilie, deze familie is goed te herkennen aan de bloem die over het algemeen veel stampers bevat. Hij komt oorspronkelijk uit het noorden van Amerika, waar hij groeit in vochtige gebieden langs bosranden en oevers op een half schaduwrijke plek. Het is een snelle groeier met lange ranken en kan zo’n drie meter hoog worden. Een ander kenmerk is dat hij geen doornen bevat. D e struik breidt zich uit via ondergrondse worteluitlopers en moet in de siertuin goed in toom worden gehouden. Hij heeft groot frisgroen handvormig blad, waarvan de hoofdnerven goed te zien zijn. Bloeien doet hij vroeg in het voorjaar tot in de late herfst. In tegendeel tot andere Rubus soorten zijn de bloemen vrij groot met een diep roze kleur. Net als alle andere Rubus soorten is hij een waardplant voor vlinders, kort gezegd, een gastheer waar vlinders hun eitjes op leggen. De bloemen worden bestoven door insecten en vormen na de bevruchting oranje gekleurde framboosjes. Deze vruchtjes zijn eetbaar, maar niet echt lekker, een beetje melig. Voor de grotere siertuin is het een ideale plant, vraagt over het algemeen weinig vereisten. Liever heeft hij een vochtige leemachtige grond in de halfschaduw, maar zelf op een droge plek gedijt hij nog.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten